Kozakken worden tegenwoordig afgebeeld met een vrolijke lach op hun
gezicht en een blos op de wangen van de wodka. Kozakken zijn echter
een trots en hardwerkend volk dat hun tradities in ere houd.
Kozakken zijn knap, robuust, vlijtig, moedig, gastvrij en altijd
opgewekt. Het woord kozak betekent eigenlijk guerrilla of
avonturier. De Kozakken komen van de Oekraïense steppe die zich van
even ten noorden van de Zwarte Zee tot aan de Kaukasus uitstrekt.
Het begon toen de Serven uit het Moskou rijk naar de valleien van
de Dnjepr, Don en Oeral vluchten. Zij stichtten woongemeenschappen
en hielden zich vooral bezig met het fokken van vee en het verbouwen
van tarwe. De Kozakken hadden het land in gemeenschappelijk
eigendom. Het gebied waarin een Kozakkengemeenschap leefde was soms
wel van 50.000 mensen. Dit betekende ook dat alle weilanden van de
gehele gemeenschap waren. Het binnenhalen van het hooi gebeurde
onder leiding van de Hetman, die bepaalde wanneer met het
binnenhalen begonnen zou worden. Iedere Kozak die in het leger
diende mocht de eerste dag alleen en zonder hulp van anderen maaien
op het stuk land dat hij gekozen had. De nacht voor de dag dat ze
mochten starten, verschenen ze op hun uitgekozen plaats. Bij het
startsein begon de Kozak een cirkel te maaien die hij kon sluiten
voor zonsondergang. Dit was belangrijk en leverde veel rekenwerk
vooraf. Wanneer hij de cirkel niet gesloten kreeg was het mogelijk
dat anderen zijn cirkel zouden binnentreden. De Kozak werkte met een
onvoorstelbare energie en vleit om de cirkel zo groot mogelijk en
toch gesloten te krijgen. De dagen daarna kon hij dan op zijn gemak
met zijn gehele familie de binnenkant van de cirkel oogsten.
De Ataman of Hetman werd gekozen door de dorpsoudsten en stond aan
het hoofd van de dorpsvergadering. De Hetman genoot groot aanzien en
tijdens de oorlogen gaf hij leiding aan de soldaten. In vredestijd
was hij regeringsambtenaar. Een oorlog maakt onmiddellijke
mobilisatie noodzakelijk. Er is geen volk ter wereld dat dit zo snel
kon als de Kozakken. De opdracht om te mobiliseren werd van
gemeenschap tot gemeenschap doorgegeven. Binnen drie weken waren de
Kozakken met enkele regimenten van elk 550 man sterk, volledig
bewapend en uitgerust op de aangewezen plaats. Het waren perfecte
troepen. Ze waren altijd vrolijk en gewillig want het was hun eigen
beslissing om te gaan en ze werden goed betaald. Voor hun gezinnen
werd gezorgd en ze waren goed bewapend.
Een legende vertelt over grootmoeder Gogniasha. De Kozakken toosten
voordat ze drinken altijd op grootmoeder Gogniasha. Het verhaal gaat
als volgt. Lang geleden moesten de Kozakken ten strijde trekken voor
een naar verwachting lange en harde oorlog. Ze wisten dat
waarschijnlijk niemand het er levend af zou brengen. De Kozakken
besloten om hun vrouwen en kinderen te doden omdat er niemand thuis
bleef om hen te beschermen tegen de wreedheden van de vijand.
Iedereen deed dit, behalve de Kozak Gognya. Hij spaarde zijn gezin
en verborg hen op de steppen. Toen de Kozakken terugkeerde was het
vuur in alle huizen gedoofd en was er in het dorp geen enkel teken
van leven meer. Alleen in het huis van Gognya was het lekker warm en
was de tafel gedekt. Gognya en zijn familie leefden nog lang en
gelukkig en kregen vele kinderen en kleinkinderen. Sindsdien zeggen
de Kozakken dat ze van grootmoeder Gogniasha komen en noemen hun
moeders en vrouwen beschermers (bereginya).
De Kozakken koesterden hun tradities en kwamen daardoor in de 17e en
18e eeuw in conflict met de Tsaar. Met hulp van de boeren waren er
twee echte grote opstanden van, 1670 tot 1671 en van 1773 tot 1774.
Nadat de verschillen waren bijgelegd deden de Kozakken nog dienst
voor de Tsaar. Ze werden ingezet bij grenspatrouilles en als
speciale politie-eenheden. De meest bekende successen van de
Kozakken zijn de beroemde oorlogen tegen Napoleon en Turkije. Aan
het begin van de 20e eeuw gebruikte de Tsaar de Kozakken om de
revolutie van 1905 neer te slaan. In de volgende revolutie van 1917
vochten de Kozakken aan de kant van de Tsaar tegen het Rode leger
van Lenin. Ongeveer 31.000 werden in 1919 aan de Don geëxecuteerd.
Hierna verlieten de meeste Kozakken Rusland en vertrokken naar
Canada, de VS en andere landen. De Kozakken die bleven vochten in de
Tweede Wereldoorlog dapper tegen de Duitsers. Meer dan 40.000
geëmigreerde Kozakken, die in WO II tegen Rusland vochten, werden in
opdracht van Stalin gedood in de Goelags. Ze hadden namelijk de kant
van de Duitsers gekozen om op deze manier te proberen hun land terug
te krijgen van Rode leger. Met de Duitsers was achteraf
gemakkelijker af te rekenen dachten ze. Een grote vergissing is
gebleken. Sindsdien werd het Kozakkenvolk als derderangs burger
behandelt. In 1992 werden de kozakken door president Yeltsin
gerehabiliteerd. Heden werken ze hard aan de vorming van een goede
financiële basis om in de toekomst wederom onafhankelijk te kunnen
zijn.